Leuven investeert in het potentieel van de nacht

- Artikel door Maya Toebat -

Het nachtleven ligt stil door corona. Daarom bedacht het Leuvense jongerencollectief Nachtplan een alternatief. Samen met clubconcept Nacht ontwikkelde het in november 2020 een Nachtwandeling, met audioverhalen langs zeven iconische uitgaansplekken in de stad. Het is een van de vele projecten waarmee Nachtplan een kwalitatief nachtleven in Leuven wil uitbouwen. In 2019 ging het daarvoor zelfs een samenwerking aan met het stadsbestuur. Leuven was zo een van de eerste Belgische steden die investeerde in de nachtcultuur. Ik sprak met Alexander Pessers, mede-initiatiefnemer van Nachtplan, en andere nachtraven over het belang van het nachtleven en een goed nachtbeleid.

Het begint al te schemeren wanneer ik Alexander Pessers van het collectief Nachtplan ontmoet aan het station van Leuven. We trekken meteen op pad naar enkele iconen van de Leuvense nacht. Daarmee zijn we niet de eersten, want de audioverhalen zijn al meer dan 4450 keer beluisterd. “We krijgen veel positieve reacties. Mensen beseffen door de wandeling hoezeer ze het nachtleven missen en weer zouden willen feesten.” Niet kunnen gaan feesten. Het lijkt een luxeprobleem, maar niets is minder waar. Organisatoren, dj’s… verliezen hun inkomsten, en bij vele feestgangers verdwijnt een deel van hun identiteit als het nachtleven wegvalt. Toch heeft het uitgaansleven geen al te best imago. Dat is door corona alleen maar versterkt: clubs moesten sluiten, een avondklok werd ingevoerd en illegale feesten veroordeeld. Steeds meer steden, zoals Leuven en sinds kort ook Gent, worden zich bewust van het potentieel van de nachtcultuur, maar dat is een recent fenomeen. Politici waren lang wantrouwig tegenover het nachtleven en klachten van buurtbewoners kregen de bovenhand. Ook in Leuven verdween de ene na de andere uitgaansplek. Club SILO, waar we ondertussen zijn aangekomen, lokte wekelijks een grote groep feestgangers naar de Leuvense Vaartkom. Tot in 2011. Toen moest het de deuren sluiten door een niet ophoudende stroom van klachten . Ook bij de volgende stopplaats van de wandeling, de legendarische club Belgisch Congo, gaven klachten van geluidsoverlast de doorslag.

(c) Maya Toebat

(c) Maya Toebat

Subcultuur maar geen contracultuur

'De nacht’. Een moeilijk topic waarover de meningen verdeeld zijn. (...) Vooroordelen kapen het debat en we lijken doof voor elkaars argumenten. Verandering blijft uit. Vanuit die redenering ontstond Nachtplan. Zo lezen we in het manifest van de organisatie. “Het begon allemaal in december 2018, toen MIJNLEUVEN (de jeugdorganisatie van de stad; nvdr.) twee talks organiseerde”, vertelt Pessers. Sprekers van onder meer de politie, de Brusselse club Fuse en het Leuvense Café AperO gingen in debat over het nachtleven in het algemeen, het nachtleven in Leuven, en wat dat zou kunnen zijn. Onder de aanwezige jongeren, zo’n twintig man, ontstond een structuur die zou uitgroeien tot Nachtplan. Niet veel later vonden enkele vergaderingen plaats, opnieuw op initiatief van MIJNLEUVEN. Vertrekkend vanuit chaotische brainstorms werden onze ideeën steeds specifieker: we schreven onze visie neer in een manifest, stapten naar het stadsbestuur, hielden een debat in Het Depot, organiseerden clubavond in het Sint-Pietersziekenhuis…” En nu dus de Nachtwandeling. Het doel dat Nachtplan daarbij steeds voor ogen houdt, is om het Leuvense nachtleven met een positief imago en een betere infrastructuur op de kaart te zetten.

De jongeren wisten ook het stadsbestuur te overtuigen van de meerwaarde van de nachtcultuur. Nachtplan werd opgenomen in de Leuvense beleidsnota van 2020-2025. Zo wordt er nu volop geïnvesteerd in de ontwikkeling van een nieuwe club. “De dialoog tot het stadsbestuur heeft altijd centraal gestaan in Nachtplan”, benadrukt Pessers. “Al bij de eerste panelgesprekken, toen er nog niet echt sprake was van Nachtplan, gaven de sprekers aan dat het noodzakelijk is om nauw met het beleid samen te werken. Anders hebben de politici uiteindelijk toch de bovenhand om je weg te drukken bij conflicten.”

Leuven is te klein om een anarchistisch model te hanteren. Subculturen kunnen hier moeilijk iets uit de grond te stampen omdat de ruimte daarvoor ontbreekt.
— Alexander Pessers

In tegenstelling tot traditionele subculturen keren de Leuvense nachtraven zich dus niet tegen het systeem. “Leuven is te klein om een anarchistisch model te hanteren. Subculturen en kleinere initiatieven kunnen hier moeilijk iets kwalitatiefs uit de grond te stampen omdat de infrastructuur daarvoor ontbreekt. Illegale feestjes zijn sowieso uitgesloten. Je weet gewoon dat de politie na vijf minuten bij het pand staat. De feestzalen die je kan huren zijn dan weer ondermaats. En de stad heeft op zich genoeg goede locaties, maar wilde die eerst niet uit handen geven, omdat ze bang was voor klachten van buurtbewoners.”

De houding van de politici is wel sterk veranderd. “Ze zien een georganiseerd collectief opkomen en zijn daardoor geruster. Er is veel interesse voor Nachtplan en de Nachtwandeling. Vooral Dirk Vansina, de schepen van jeugd, is erg betrokken. Ook qua subsidies krijgen we genoeg middelen aangereikt om onze projecten te realiseren. Bij het uitbouwen van een nieuwe club investeert de stad bijvoorbeeld in eenjarig traject met begeleiding van een professionele organisatie. En dat is nog maar een van vele de projecten die we aan het uitwerken zijn.”

(c) Maya Toebat

(c) Maya Toebat

Het belang van de nacht

Ondertussen wandelen we langs de ring van Leuven en het bekende Stella Artois-gebouw terug richting het stadscentrum. Rijen auto’s passeren ons opweg naar huis en achter de vensters gaan de lichten aan. Het zou goed kunnen dat in een van die kantoren of woonkamers Dr. Jonas Rutgeerts verscholen zit. Deze onderzoeker van het departement Culturele Studies van de KU Leuven werd benaderd door Nachtplan en bestudeert de clubcultuur. Volgens hem zijn er drie belangrijke redenen waarom steden moeten inzetten op de nachtcultuur.

“Eerst en vooral kan je je in een nachtclub natuurlijk ontspannen, stoom afblazen. Toch ben ik een beetje weigerachtig tegenover mensen die het nachtleven willen vernauwen tot puur entertainment of genot. Er zijn namelijk nog twee cruciale aspecten. Zo is het nachtleven ook een belangrijke ontmoetingsplek. Nachtclubs bieden de mogelijkheid om affectieve gemeenschappen te creëren. Er ontstaat een gemeenschapsgevoel dat niet gebaseerd is op pure identiteitsvormen, zoals je uiterlijk of afkomst, maar op een gedeelde ervaring; op het samen dansen op dat moment. Uit die vibe kan je veel energie halen. Zeker mensen die hun identiteit moeilijk in de mainstreamcultuur bevestigd zien, halen kracht uit het samenzijn binnen een community.”

Pessers sluit zich daarbij aan. “Tijdens het uitgaan kan je alle remmen loslaten. Dat schept een sfeer waarin je open kan zijn tegenover anderen en een gemeenschapsgevoel kan creëren. Het gevoel dat je een plaats kan binnenwandelen die een tweede thuis is, waar je je veilig voelt en de mensen kent, maar ook nieuwe mensen kan leren kennen, dat is vrij essentieel.” Ziet de feestende jeugd het ook zo? Nachtwandelaar Kaat De Beule in elk geval wel. “Wat ik heel leuk vind aan uitgaan is dat je mensen tegenkomt, gewoon uit het niets. Je kan zomaar met iemand beginnen te praten. Dat doe je overdag niet. Die spontane ontmoetingen mis ik nu wel.”

De derde pijler die Dr. Rutgeerts vermeldt, is het nachtleven als ruimte voor zelfontplooiing. “De clubcultuur is bij uitstek een plek waar alternatieve identiteiten zich kunnen ontwikkelen. Het is niet toevallig dat de clubcultuur voortkomt uit de disco van de Afro-Amerikaanse gemeenschap en uit de gay culture van New York. Die groepen kunnen zich moeilijk herkennen in mainstream modellen en gaan op zoek naar subculturen waar ze hun identiteit kwijt kunnen, bijvoorbeeld in het nachtleven. Uitgaan betekent dus niet zomaar alles vergeten en ontsnappen in droomwereld. Die droomwereld is ook een manier om een systeem te ontwikkelen waar je jezelf kan zijn.”

Volgens Pessers is de Leuvense nacht momenteel maar voor een beperkt aantal groepen zo’n veilige haven. “Leuven telt ongeveer 50.000 studenten plus zo’n 10.000 Leuvenaars op feestleeftijd, maar het nachtaanbod is erg monotoon. Je kan niet verwachten dat 60.000 mensen allemaal hun ding vinden in de Oude Markt en de fakbars.” Daarom pleit Nachtplan voor een diverser nachtleven. “Het is zeker niet zo dat niemand zich thuis voelt in het Leuvense nachtleven. Ik ga ervan uit dat de mensen die naar de Oude Markt en fakbars gaan dat fantastisch vinden. Maar het gaat erom de mensen die zich daar niet thuis voelen ook zo’n plaats te geven.”

Ik ga ervan uit dat de mensen die naar de Oude Markt en fakbars gaan dat fantastisch vinden. Maar het gaat erom de mensen die zich daar niet thuis voelen ook zo’n plaats te geven.
— Alexander Pessers

Een volwaardige nachtclub kan daartoe bijdragen. “Nachtplan wil niet zozeer zelf dingen aanbieden, maar de ruimte creëren waarin een diverser aanbod kan ontstaan. We hopen met de nieuwe club alternatieve initiatieven een plaats te kunnen geven.” Dr. Rutgeerts ziet alvast het potentieel. “De nachtclub biedt jongeren de ruimte om hun eigen ding te doen, hun eigen community te ontwikkelen en niet gewoon te moeten meestappen in een verhaal dat vooral gericht is op studenten.”

De nachtclub biedt jongeren de ruimte om hun eigen ding te doen, hun eigen community te ontwikkelen en niet gewoon te moeten meestappen in een verhaal dat vooral gericht is op studenten.
— Jonas Rutgeerts

Dj en producer Victor De Roo is Artist in Residence in het Depot. Hij haalt nog een functie van de nachtcultuur aan. Voor hem was het nachtleven niet alleen een plek om zijn identiteit vorm te geven, maar ook om zijn talenten te ontdekken en te ontwikkelen. “Ik groeide op in Korbeek-Dijle en was lange tijd voorzitter van jeugdhuis 2Hoog in het naburige dorp. Samen met vrienden heb ik er veel avonden georganiseerd: eerst concerten, dan meer clubavonden met elektronische muziek. Ik verzorgde telkens het voorprogramma. Zo ben ik meer en meer beginnen te draaien en besefte ik dat het iets is wat ik graag doe en waar ik best goed in ben. Toen ik in Brussel ging studeren, speelde ik ook daar in kleine cafés. Die kleinschalige plekken zijn heel belangrijk geweest in mijn ontwikkeling als dj. Ze lieten me toe om te experimenteren zonder dat er veel risico’s aan verbonden waren. En vooral ook om letterlijk in de hiërarchie naar boven te klimmen. Tegenwoordig worden nieuwe artiesten soms met een heel management- en pr-team gedropt, maar dat is volgens mij niet the way to go. Ik vind het interessanter om stap voor stap te groeien en zo een eigen stijl te vinden.”

Kleinschalige plekken zijn heel belangrijk geweest in mijn ontwikkeling als dj. Ze lieten me toe om te experimenteren zonder dat er veel risico’s aan verbonden waren. En vooral ook om letterlijk in de hiërarchie naar boven te klimmen.
— Victor De Roo

Spanningen bedwingen

Ik zeg Alexander Pessers gedag, maar zet mijn wandeling verder, want nog niet alle verhalen zijn verteld. Dat van de Oude Markt bijvoorbeeld, dat ondanks het monotone aanbod, nog steeds hét centrum van het Leuvense nachtleven is. Nu is het hier rustig, bijna uitgestorven, maar op een avond in niet-coronatijden ziet het hier zwart van het volk. Dat uit zich ook in een verhoogd aantal overtredingen. Uit het jaarverslag van de Leuvense politie van 2019 blijkt dat de Oude Markt een risicoplek was voor misdrijven, gevolgd door de Naamsestraat en de Tiensestraat. Het nachtleven is belangrijk, misschien zelfs noodzakelijk, maar de overwegend negatieve berichtgeving erover is dus niet helemaal uit de lucht gegrepen. Zo weet het jaarrapport ook te vertellen dat feiten rond geluidsoverlast en alcoholmisbruik vaker plaatsvonden tijdens de uitgaansuren, net als een lichte meerderheid van de slagen en verwondingen. Drugsgebruik en diefstallen kwamen dan weer net iets meer voor overdag, al was er in de nacht van vrijdag op zaterdag wel een verhoogd risico.

If it doesn’t rub, it cannot shine.
— Jonas Rutgeerts

Dat het nachtleven soms botst met kwalitatief leven en wonen in Leuven is duidelijk. “We moeten een kat een kat noemen. Natuurlijk zorgt het nachtleven voor overlast”, benadrukt Erwin Hernalsteen, hoofdinspecteur van de Cel Horeca van de Leuvense politie. “We proberen dat zoveel mogelijk te beperken, maar je kan er niet voor zorgen dat er geen overlast is, denk ik.” Ook volgens Dr. Rutgeerts hoort die frictie erbij. “Clubcultuur is een subcultuur, dus dat wringt. Clubs in wijken, bijvoorbeeld, zorgen voor een spanning omdat de bewoners gestoord worden door het ritme van de nachtcultuur. Dat is niet enkel de fout van de clubgangers, noch van de mensen die naar hun werk moeten gaan. Het is gewoon eigen aan die twee culturen die op elkaar zitten. Maar in het Engels zeggen ze ‘if it doesn’t rub, it cannot shine.’ De fricties horen bij onze samenleving en ze zijn zelfs belangrijk omdat ze ervoor zorgen dat we onszelf in vraag blijven stellen en blijven beseffen dat het ‘dagleven’ noch het nachtleven de juiste of de enige weg is. De enige oplossing is om een middenweg te vinden.”

Arne Huenaerts, mede-uitbater van Café AperO, gaat daarmee akkoord. “Café AperO maakt deel uit van Vzw Oude Markt, waar zowat alle uitbaters van cafés op de Oude Markt lid van zijn. De voorzitter vertegenwoordigt ons in het overleg met de politie en de stad. Die communicatie is heel belangrijk. Je moet in dialoog staan om samen een visie te kunnen ontwikkelen. Als je je haaks zet op de beslissingen van de stad, botst het alleen maar meer. Maar als je begrijpt wat de noden en de belangen zijn van beide groepen, dan kom je er samen beter uit.”

Toch is het niet gemakkelijk om evenveel oog te hebben voor alle partijen. “Het is kunst om een mooi evenwicht te vinden tussen de belangen van de stad en haar bevolking, en die van het nachtleven en de studenten. Die komen vaak niet overeen”, stelt Hernalsteen. “Een student die wilt feesten, amuseert zich, maar houdt wel mensen wakker die ‘s morgens moeten gaan werken. We proberen zeker rekening te houden met uitgaansgelegenheden, en de horeca in het algemeen, want dat is een ongelooflijk belangrijk onderdeel van Leuven. Maar uiteindelijk ben je wel eerder geneigd om ervoor te zorgen dat de bevolking zo weinig mogelijk overlast ervaart.”

De stem van de stadsbewoners klinkt dus nog altijd het luidst. “Dat is altijd zo”, legt Dr. Rutgeerts uit. “Het is eigen aan de dynamiek van de subcultuur en de mainstreamcultuur, die per definitie de macht heeft. Je ziet het ook heel duidelijk met corona. Politici laten het nachtleven toe opdat mensen zich kunnen ontspannen, maar zodra er iets mis is, draaien ze de vijs aan.”

Het nachtleven als deel van de maatschappij

De nachtcultuur speelt een belangrijke rol voor een substantieel deel van de bevolking. De nacht is een plek waar je kan plezier maken, jezelf zijn, je talenten ontwikkelen, je verbinden met een gemeenschap, en waar jonge ondernemers naartoe trekken. Daarom is het belangrijk dat het stadsbestuur het nachtleven omarmt als volwaardig deel van de samenleving en het niet gewoon aan de kant schuift zodra er klachten zijn. Een progressief nachtbeleid helpt bovendien om het nachtleven op een gezonde en geregelde manier te ontwikkelen en om de frictie met de bevolking te verminderen.

Het stadsbestuur van Leuven is al overtuigd. Nu de bevolking nog. “Het nachtleven wordt nog altijd vaak geassocieerd met dronken jongeren en wilde feesten, terwijl de sociale meerwaarde een blinde vlek is, zeker bij oudere mensen”, zuchtte Pessers eerder op de avond. “Het probleem is dat we de negatief oordelende mensen moeilijker bereiken met Nachtplan, omdat zij de facto erbuiten staan. Daarom moeten we, denk ik, vooral daden stellen, zodat het nachtleven een meer geïntegreerde plaats krijgt in de maatschappij en die mensen er zelf de positieve impact van ondervinden. Dat proberen we bijvoorbeeld met de Nachtwandeling. We hopen dat ook dertigers en veertigers de route volgen en zo meteen zien wat Nachtplan doet.”

Het probleem is dat we de negatief oordelende mensen moeilijker bereiken met Nachtplan, omdat zij de facto erbuiten staan. Daarom moeten we vooral daden stellen, zodat die mensen er zelf de positieve impact van ondervinden en nachtleven een meer geïntegreerde plaats krijgt in onze stad.
— Alexander Pessers